Jacobus Wilhelmus Gerardus Peijpers (1909-1964)

-mijn vader-
 

Herinneringen aan mijn vader

Het 'verhaal' over mijn vader ziet er iets anders uit dan de andere verhalen over mijn voorouders op deze website. Simpelweg omdat ik mijn vader heb gekend, zij het veel te kort! Mijn vader stierf toen ik vijftien jaar was. Oud genoeg om herinneringen aan hem te hebben, te jong om veel met hem meegemaakt/gedeeld te hebben... 

Zoals voor elk kind geldt, is er uit de eerste vier levensjaren weinig tot geen herinnering. Ik vorm geen uitzondering! Er zijn slechts enkele flarden. Niets uit mijn eerste -Haagse- jaar. Evenmin van de verhuizing naar Noord-Holland in april 1950. De oudste herinneringen stammen wel uit de tijd daarna, op ons eerste adres in de stad (toen nog) bekend om de aardbeien...
We woonden in Beverwijk, in de Zeestraat (de weg naar Wijk aan Zee), in een eengezinswoning, met een hondje Robbie en een kat Peter. Robbie werd op straat aangereden door een motorrijder en heeft het niet lang meer gemaakt. Peter overleefde een verhuizing en een val van drie hoog naar beneden, maar hij hield er iets aan over en leefde niet lang meer.

Mijn vader heeft zich -na rijp beraad- af laten keuren bij de Koninklijke Marine en heeft vervolgens (in 1950) een baan aangenomen bij de medische dienst van Van Gelder Zonen (papierfabriek) te Velsen-Noord. Ik was welgeteld ruim een jaar oud, toen we vanuit Den Haag in Beverwijk belandden. Mijn vader werd ziekencontroleur. Als verpleger bij de Marine (tegenwoordig verpleegkundige) had hij een schat aan ervaring opgedaan en dat was precies wat hij nodig had voor zijn nieuwe baan. Hij moest werknemers controleren die zich ziek hadden gemeld, of die al langer ziek waren en over hen rapporteren/adviseren m.b.t. hun arbeids(on)geschiktheid. Die werknemers woonden verspreid in Noord-Holland en dus moest mijn vader de hele provincie door voor zijn werk.

's-Gravenhage
1949
Beverwijk, Zeestraat (233)
1951
Wijk aan Zee, met buurjongen, oudste dochter met vriend
en ega's zus met man en dochter 1951

Mijn beide ouders waren eerder gehuwd geweest, alvorens zij met elkaar 'in zee' gingen. Alleen mijn vader had kinderen. Twee dochters, die beduidend ouder waren dan ik. De oudste wilde graag bij/in de buurt van mijn vader zijn en volgde hem, eerst naar het Haagse, later naar Beverwijk. De jongste is kort in Beverwijk geweest, maar keerde terug naar haar moeder in Vlissingen. Van dit alles heb ik niets bewust meegekregen. Ik was vier toen mijn oudste halfzus in Beverwijk trouwde. Ik was erbij, getuige foto's, maar ik weet er niets meer van! Enkele weken eerder trouwde de jongere zus in Vlissingen. Of mijn vader daar -in detail- vanaf wist, weet ik niet. Met haar was geen contact meer. 
Ik wist van hun bestaan, maar begreep niet wat het inhield. De zussen werden door mij dan ook steevast 'halve zusters' genoemd! Er is met de oudste nog onenigheid geweest, waardoor zij niet meer bij ons over de vloer kwam. Pas enkele jaren later werd dat contact weer hersteld. Toen zal ik inmiddels een jaar of zeven, acht geweest zijn. Er waren in die jaren van afwezigheid wel twee kleinzonen van mijn vader geboren. Het gezin was daarna in IJmuiden gaan wonen. Er kwam een dochtertje bij in december 1958. Kraambezoek daarvoor, kan ik me nog wel herinneren. Dat ook de andere zus inmiddels kinderen had, is ongetwijfeld door de oudste verteld, maar (voorzover mij bekend) is dat als kennisgeving aangenomen.

Toen mijn vader bij Van Gelder Zonen begon, kreeg hij een motor om de bezoeken af te leggen. Hij droeg toen zo'n zware, leren gordel om zijn rug te beschermen. Naar mijn moeder vertelde, lag ik in mijn jongste jaren vaak heel lang wakker, maar was ik ook erg rustig. Wel heb ik mij als klein kind -in mijn ledikantje, waarop de gordel over het voeteneind hing- zelf ingesnoerd in die gordel. Ze troffen me er vredig slapend in aan!
Later kreeg mijn vader een scooter, waar ik mij nog wél iets van herinner. Ik mocht weleens een klein ritje 'voorop staan'. Vervolgens kwam er een auto voor het werk! Een Citroën 2 CV, ofwel een lelijke eend! Daarvan herinner ik me veel meer! Ik mocht als lagere schoolleerlinge wel mee, bijvoorbeeld als ik vakantie had en dan toerde ik met mijn vader door de provincie. Een favoriet spelletje onderweg was 'plaatsnamen'. Had ik net wat landelijk topografische kennis opgedaan, wist hij me altijd te verslaan met een schat aan plaatsnamen uit de provincie...
Hier en daar mocht ik bij mensen wel mee naar binnen. Pas veel later heb ik me gerealiseerd, dat mijn vader altijd een warm onthaal kreeg, gewaardeerd werd en nooit onheus bejegend werd. Naast kennis van zaken hebben, vond hij blijkbaar ook de juiste toon.

Zeestraat ca 1950

Beverwijk 1956

We verhuisden! Mijn moeder zag het helemaal zitten in 'alles gelijkvloers' en dat werd het dus in 1955. Een flatje bij het Kuenenplein, maar wel 3-hoog! Uiteraard zonder lift. Mijn vader vond het allemaal prima. Als hij thuiskwam van zijn werk, dan zat hij graag in een gemakkelijke stoel voor het raam. Hij keek, was tevreden en -voorzover ik mij herinner- niet zo spraakzaam, niet uit zichzelf in ieder geval. Veel hobby's had hij niet, maar er was wel een aquarium waar hij goed voor zorgde. Menig keer ben ik met hem naar kasteel Akersloot geweest, om watervlooien uit de slotgracht te scheppen voor de visjes. En hij verzamelde postzegels. "Nederland en overzeese gebiedsdelen". Daar had hij albums voor met blanco bladen. Met oost-indische inkt, een lineaal en een trekpen tekende hij vakjes, waarin de zegels werden geplakt, nog met plakkertjes.

In vrije tijd mocht de auto ook wel worden gebruikt voor familiebezoek. Incidenteel reden we naar mijn vaders oudste broer in Den Haag (met zijn oudere broer in Vlissingen was geen contact). Iets vaker naar mijn moeders oudste zus, die daar ook woonde en verder met grotere regelmaat naar een andere zus van mijn moeder in Dordrecht. Soms ging een privérit in combinatie met werk. Dat was naar Amsterdam, waar nog een tante van mijn vader woonde (Mina, zus van zijn jong overleden moeder). Op haar was hij erg gesteld en zij op hem. Ze had zich in zijn jongste jaren min of meer over hem ontfermd. Naar mij later bleek, is mijn vader vernoemd naar de echtgenoot van die tante. Tante Mina woonde in de Kinkerbuurt, vier hoog 'boven' op een hoek, dus (smalle) trappen op! Ze had schuiframen en een schoenendoos met oude ansichtkaarten. Daar mocht ik altijd in kijken en omdat ik (ook) postzegels spaarde, mocht ik enkele kaarten uitzoeken om mee te nemen. Ze had -via een zolder/lege ruimte- een verbindingsdeur naar de woning op vier hoog om de hoek. Daar woonde haar broer Herman, dus een oom van mijn vader. Overigens: mijn moeder -die iets had met bijnamen- noemde mijn vader altijd Beer, maar zijn roepnaam was Jaap. Díe werd uitsluitend gebezigd door zíjn familie. In die van mijn moeder was het bij allemaal Beer/oom Beer! 

Pappa deed zijn werk en als hij thuiskwam, was er zijn stoel voor het raam... Afwisseling was er, als mijn ouders weleens een avondje met buren organiseerden. Met een drankje en een dansje. Mijn moeder was 'fan' van allerlei nieuwigheden. Zo hadden we als een der eersten in de straat televisie bij ons thuis. Er was een 'pick-up'-meubel en later kwam er een bandrecorder. De kinderen uit de straat zaten rond de tv geschaard, als er een kinderprogramma was. Ik speelde dan meestal buiten, want ik vond veel van die programma's eng! Maar als er een avondje voor de volwassenen werd gehouden, was ik van de partij! Dan mocht ik platen draaien (78 toeren!). Na wat borreltjes, moest er steevast "aan de voet van die ouwe Wester" op! Pappa was geboren Amsterdammer en had uit zíjn jongere jaren herinneringen aan die buurt... Dat die plaat/dat nummer hem veel deed, besefte ik wel.

Peijpers-party, jaren '50

Uit de jaren in de flat in de Grebbestraat herinner ik me ook de zomerse fietstochtjes naar Wijk aan Zee nog. Dan gingen we daar een ijsje eten, bij Gerritse! Ik mocht dan bij mijn vader voorop de stang zitten. Dat was niet altijd een pretje, maar het hád iets! Toen ik groter werd en een eigen fiets had, moest ik uiteraard zelf trappen. In de tien jaar dat we in de Grebbestraat woonden, maakten we wel autotochtjes, vooral in de provincie. Soms met ons bezoekende familieleden en ook met een bevriend buren-echtpaar. Maar pappa was het liefste thuis en vond het prima dat mamma enthousiast was over van alles en nog wat, met name over nieuwe (electronische) apparaten. Ze was vaste klant bij een witgoedspecialist, annex radio- en tv-zaak en dus hadden we vaak als eersten nieuwe apparaten in huis!
Zorgzaam was mijn vader altijd. Voor mijn moeder, die jaarlijks een maandje aanvallen van migraine moest doormaken en zeker ook voor mij. Op het medische vlak zorgde hij voor adequate middelen ter preventie of bestrijding van allerlei. Hij stelde wel diagnoses (voor zichzelf), maar ging nooit 'op de stoel van een arts zitten'. Zijn kennis en daarmee het onderkennen van ziektes heeft mij (meer dan eens) weken ziekteduur gescheeld. Maar ook met meer sociale zaken was hij zorgzaam. Hij bracht en haalde me wekelijks naar en van het station, vanwaar er met de bus naar Velsen-Zuid werd gegaan om zwemles te krijgen. Hij leerde me schaatsen. Toen ik lid werd van een wandelclub, werd ik -bij tochten buiten Beverwijk- gebracht en werd er op me gewacht. Meestal gingen dan mijn beide ouders mee en zij verbleven dan in een gezellige uitspanning. En huiswerk overhoren deed hij ook. Hij hoopte er heel erg op, dat ik mijn kans op een goede opleiding zou (kunnen) benutten. 
Nadat het contact met zijn oudste dochter en haar gezin was hersteld, ging mijn vader er wel koffiedrinken als hij voor zijn werk in hun buurt moest zijn. Naar zeggen heeft hij daar wel wat over 'vroeger' gesproken. Thuis kwam dat niet echt ter sprake. Mijn moeder wist er niet veel van, alleen wat hoofdlijnen. Blijkbaar hebben allebei mijn ouders hun verleden achter zich willen laten en zich tevreden gesteld met wat ze samen opnieuw opbouwden.

Slechts één keer zijn we naar Leiden gereden om een oud-marinemaat van pappa te bezoeken. Ik was toen een jaar of zeven, acht. Dat was eveneens een verpleger, iemand met wie hij de opleiding had doorlopen en die hem -zo is gebleken- te Soerabaja in Ned.-Indië op 08-11-1941 aflostte op Hr. Ms."Soemba". En... hij heette ook Pijpers (maar dan zonder e voor de ij). Onderweg werd me verteld dat we naar een oud-collega van pap gingen en dat er destijds bij de Marine sprake was van de droge en de natte P(e)ijpers. Mijn vader was de droge en mij werd uitgelegd dat die benamingen op drankgebruik duidden. Naast de naamsovereenkomst was er nog een parallel. Beide mannen vertrokken gehuwd naar de oost en hadden kinderen. Toen ze na WO II terugkwamen, troffen ze hun ega aan met een kind van een ander. Beiden zijn gescheiden, hertrouwd en kregen nog een kind uit tweede huwelijk. In de 90-er jaren heb ik bij toeval twee zonen van de andere Pijpers ontmoet en sindsdien was er met één van hen vriendschap. 

Grote Hout- of Koningsweg,
Velsen-Noord, 1964

In 1962 werd mijn vader ziek. Hij kreeg hartklachten en was wekenlang thuis om te rusten. Daarna ging het wel weer, maar in overleg werd besloten dat hij voortaan geen bezoeken meer zou afleggen en hij ging toen aan de slag als algemeen assistent in het pand van de bedrijfsgeneeskundige dienst te Velsen-Noord. Er kwam een tweede periode met hartklachten en weer was hij een aantal weken thuis. In de zomer van 1964 gaf hij plotseling bloed op en liet de huisarts bellen. Het werd ziekenhuisopname en een operatie, maar die bleek te laat. Maag en lever waren aangetast door kanker. Binnen een maand stierf hij, pas 55 jaar oud. Later vernamen we dat er met zijn hart niets mis was. Dat bleek juist sterk!

In het (bij)gebouw rechts heeft mijn vader gelegen
en daar is hij ook gestorven


"Feiten" mij verteld door mijn moeder

Pappa was heel jong toen zijn moeder stierf. Hij had twee oudere broers. Er was ook een zusje Anna geweest, dat maar een paar jaar geleefd had. Pap belandde in een weeshuis en ging daar op zijn 16e uit, naar de Marine, om "centjes" te verdienen voor zijn vader. Hij trouwde een jongere zus van zijn schoonzus uit en in Vlissingen. Twee dochters zijn uit dat huwelijk geboren. Hij ging eind 1938 naar 'de oost' en was in Nederlands(ch)-Indië toen de oorlog in die regio uitbrak. Terug naar Nederland kon niet. Australië (Fremantle) werd tijdelijk de thuishaven. Van daaruit werden o.a. akties ondernomen in de Javazee. Ook nam hij deel aan de evacuatie van Timor, eind 1942. Zijn schip was de 'Tjerk Hiddes'. Mijn vader heeft mijn moeder wel verteld, dat als hij niet getrouwd was geweest, hij zich in Australië zou hebben gevestigd...
 
Eenmaal vanuit Australië teruggekeerd naar Engeland, bleek hij TBC te hebben en werd hij daar opgenomen om te kuren. Daarna (terug in Nederland, in augustus 1945), werd hij geplaatst bij de Alexanderkazerne te 's-Gravenhage. Hij moest echter nakuren en is opnieuw in een sanatorium beland, in Renkum, waar hij nog een jaar heeft gelegen. Zijn vrouw had er intussen een kind bij gekregen en dat accepteerde hij niet. In de tijd dat hij te Renkum verbleef, is hij gescheiden. Eenmaal terug in Den Haag, heeft hij mijn moeder ontmoet (ook gescheiden, zonder kinderen). In 1948 zijn ze er getrouwd.
Tijdens de kuurperiode ontmoette pappa iemand die bij Van Gelder Zonen, papierfabrieken, werkte. Die heeft hem geadviseerd om contact op te nemen bij VGZ, omdat de medische dienst van dat bedrijf wel personeel kon gebruiken. Na ontslag te Renkum is hij toch naar de Alexanderkazerne teruggekeerd en heeft daar nog enkele jaren gewerkt. In februari 1950 heeft hij (als sergeant-ziekenverpleger) de Koninklijke Marine verlaten.

Hij had één foto-album met foto's uit zijn marinetijd. Dat heeft zijn oudste dochter na zijn overlijden gekregen.

 

Feiten met betrekking tot mijn vader, die ik in archieven vond (en een vermoeden...)

Geboren te Amsterdam op het adres Albert Cuijpstraat 184, op 10-02-1909 om 17.30 uur: Jacobus Wilhelmus Gerardus PEIJPERS, zoon van Jacques Wilhelmus PEIJPERS, loopknecht en van Angenita STEENWEG. Twee ambtenaren waren getuige bij de aangifte.
Hij was het vijfde kind uit deze relatie. Het eerste werd nog geen tien maanden oud, maar de volgende twee broertjes en een zusje leefden nog, toen hij werd geboren.
Na hem kwam in februari 1910 nóg een zoontje ter wereld, maar dat stierf al na drie maanden. Het zusje (Anna) stierf vijf maanden daarna, nog geen drie jaar oud.
Op 21-01-1911 (op de geboortedatum van haar enige dochtertje) stierf moeder Angenita. Zij liet haar ega achter met drie zoontjes van nog geen acht, zesenhalf en bijna twee jaar oud.
Vader Jacques heeft vermoedelijk geprobeerd een tweede moeder e/o huishoudster te vinden voor zijn kinderen. Hij hertrouwde te Amsterdam op 30-08-1911 met Alijda FUNCKE, die aldaar op 24-10-1910 ongehuwd moeder was geworden van een zoon Jan FUNCKE.

Het vervolg van alle feiten zal later worden aangevuld...

 

Nog net geen negentien jaar oud tekende mijn vader voor de Koninklijke Marine.          Uiteraard niet om muziek te maken, maar het is wél een leuke/aparte foto!

 
"De ballen..."

 



Opsomming van waar en wat...


 Lijst plaatsingen (en acties met Hr.Ms.Tjerk Hiddes):
 
 Lijstje van bevorderingen en onderscheidingen:
 01-02-1928 Hr.Ms. wachtschip Vlissingen
 02-05-1929 Hr.Ms. Jacob van Heemskerck
 13-06-1929 Hr.Ms. Hertog Hendrik → naar de Nederlandse Antillen
 19-09-1929 met s.s. Stuyvesant terug naar NL
 10-10-1929 Hr.Ms. wachtschip Willemsoord
 18-11-1929 Hr.Ms. flottieljevaartuig Arend
 16-01-1930 Hr.Ms. Arend → naar de Nederlandse Antillen e.o.
 09-07-1931 Hr.Ms. Arend → naar NL
 02-09-1931 geplaatst bij onderzeedienstkazerne Den Helder
 03-09-1931 tewerkgesteld bij de dienst conservatie
 28-10-1931 Hr.Ms. Onderzeeboot O-11
 25-02-1932 tewerkgesteld bij de dienst conservatie
 09-05-1932 Hr.Ms. wachtschip Vlissingen
 09-05-1932 tewerkgesteld aan boord van Hr.Ms. Medusa
 29-04-1935 Hr. Ms. Heijdra
 31-05-1935 geplaatst bij het Marine hospitaal te Willemsoord
 01-05-1936 ziekenverpleger 1e klasse (zvpl1)
 01-05-1937 geplaatst bij de marinekazerne Willemsoord als korporaal-zvpl 1e klasse
 23-07-1937 Hr.Ms. wachtschip Willemsoord
 23-07-1937 tewerkgesteld bij het Marine hospitaal te Willemsoord
 12-10-1938 met m.s. Dempo → naar Nederlands Oost-Indië
 10-11-1938 Hr.Ms. Soerabaja
 03-09-1939 gedetacheerd a.b.v. voorm. gouvernementsschip Rigel (hulpmijnenlegger)
 02-09-1940 Hr.Ms. Soemba
 
 Marinekazerne Oedjoeng.
te Soerabaja (NOI)

Eetzaal en
onderofficiersverblijf

 08-11-1941 geplaatst bij marinekazerne Oedjoeng te Soerabaja
 31-12-1941 met m.s. Noordam → (via USA) naar Engeland
 09-03-1942 geplaatst a.b.v. marine depôtschip Oranje Nassau
 14-04-1942 Hr.Ms. Tjerk Hiddes G 16 (voorm. 'Non Pareil' -GB)
 06-05-1942 Hr.Ms. Tjerk Hiddes in dienst gesteld met en door Ltz1 W.J. Kruijs
 07-05 t/m 24-08-1942 anti-onderzeebootbescherming Britse wateren en reis om de Kaap
 25-08 tot 25-10-1942 ingedeeld bij Eastern Fleet, o.a. operatie Madagascar
 11-10-1942 van Mombasa/Kilindini (KEN) → Fremantle (AUS)
 25-10-1942 te Fremantle ingedeeld bij Task Force 51, daar escorte-vaarten
 05-12-1942 vertrek Fremantle → naar Darwin (AUS)
 09-12-1942 8 opvouwbare sloepen en 16 Austr. officieren en manschappen aan boord
 10-12-1942 via Cape Don, → snel naar Betano, Oost-Timor, alwaar voor anker gegaan
 11-12-1942 02.30 u. 2 motorboten, 4 opvouwbare sloepen en de Australiërs naar de wal
 11-12-1942 de Australiërs met de andere (opgevouwen) 4 sloepen en voorraden bleven er
 11-12-1942 04.30 u. kwamen 50 zieken/gewonden, 87 Portugese evacuees,
 11-12-1942 en nog 192 Ned.-Indische en 64 Austr. guerillatroepen aan boord
 11-12-1942 04.50 u. anker gelicht en → naar Darwin
 15-12-1942 via Melville Island en Cape Don (wederom met 30 mijl p/u) → naar Timor
 16-12-1942 01.35 u. voor anker, 4 landingsboten en 5 ton voorraad naar de wal
 16-12-1942 03.15 u. ca 240 man van Austr. 22nd Independent Company en
 16-12-1942 nog 30 Portugese nonnen en priesters aan boord.
 16-12-1942 anker gelicht om 03.25 u., terug → naar Darwin (10.30 u. luchtbescherming)
 18-12-1942 01.35 u. weer in volle vaart → naar Aliambata, Zuid-Timor
 19-12-1942 01.40 u. voor anker op de rede van Aliambata, wederom 4 landingsboten en
 19-12-1942 een groep met 5 ton voorraden, geweren en munitie naar de wal
 19-12-1942 03.30 u. 310 personen, Portugezen en inlanders, waaronder vrouwen, kinderen  
 
 19-12-1942 en een zeer oude dame in een rolstoel, aan boord genomen én 4,5 ton rubber
 19-12-1942 anker gelicht en terug → naar Darwin
 20-12-1942 van Darwin → naar Fremantle, escorteren, schade en reparatie
 22-01-1943 deelname parade, afgenomen door rear-adm. Lockwood USN, cdt.Task Force 51

 1943-1950 nog op te sommen

 16-02-1950 eervol ontslag

 

 

 

 

 

 

 01-02-1928 lichtmatroos
 30-09-1928 matroos 3e klasse
 30-10-1929 matroos 2e klasse
 01-07-1931 matroos 1e klasse
 31-05-1935 geplaatst bij Marinehospitaal Willemsoord
 01-05-1936 ziekenverpleger der 1e klasse (zkvpl 1e klasse)
 01-05-1937 geplaatst bij Marinekazerne Willemsoord
 01-05-1937 korporaal-ziekenverpleger (kplzkvpl)
 22-08-1938 bronzen medaille 12 jaar trouwe dienst
 01-01-1945 sergeant-ziekenverpleger (sgtzkvpl)
 16-12-1947 zilveren medaille 24 jaar trouwe dienst
 06-12-1949 oorlogsherinneringskruis met gespen Krijg ter Zee 1940-1945,
 Javazee 1941-1942 en Oost-Azië-Zuid-Pacific 1942-1945
 16-02-1950 eervol ontslag
 15-09-1950 ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven met gesp Timor 1942
 Omdat hij de dienst al had verlaten, heeft hij de medaille met de Timorgesp
 niet meer (op zijn uniform) kunnen dragen.
 In 1980 heb ik de medailles met bijbehorenden papieren,
 alsook wat boekjes uit zijn opleidingstijd tot ziekenverpleger,
 geschonken aan het Marinemuseum te Den Helder.
 01-02-1928 lichtmatroos
 30-09-1928 matroos 3e klasse
 30-10-1929 matroos 2e klasse
 01-07-1931 matroos 1e klasse
 31-05-1935 geplaatst bij Marinehospitaal Willemsoord
 01-05-1936 ziekenverpleger der 1e klasse (zkvpl 1e klasse)
 01-05-1937 geplaatst bij Marinekazerne Willemsoord
 01-05-1937 korporaal-ziekenverpleger (kplzkvpl)
 22-08-1938 bronzen medaille 12 jaar trouwe dienst
 01-01-1945 sergeant-ziekenverpleger (sgtzkvpl)
 16-12-1947 zilveren medaille 24 jaar trouwe dienst
 06-12-1949 oorlogsherinneringskruis met gespen Krijg ter Zee 1940-1945,
 Javazee 1941-1942 en Oost-Azië-Zuid-Pacific 1942-1945
 16-02-1950 eervol ontslag
 15-09-1950 ereteken voor belangrijke krijgsbedrijven met gesp Timor 1942
 Omdat hij de dienst al had verlaten, heeft hij de medaille met de Timorgesp
 niet meer (op zijn uniform) kunnen dragen.
 In 1980 heb ik de medailles met bijbehorenden papieren,
 alsook wat boekjes uit zijn opleidingstijd tot ziekenverpleger,
 geschonken aan het Marinemuseum te Den Helder.
 
Tjerk Hiddes G16

 

------------

Bronnen: